‘Geen woorden maar daden’

‘Er bevindt zich een stel in mijn kamer. Ze zijn enkele jaren getrouwd, nog steeds verliefd op elkaar… zolang er geen spanning is. Maar door de jaren heen sluipt de wrijving langzaam binnen. Kleine irritaties stapelen zich op, de harmonie verandert in frictie, en het gevoel van verliefdheid en samen zijn vervaagt beetje bij beetje.’

X (met ingehouden boosheid):
“Het voelt gewoon… alsof ik er niet toe doe. Als jij iets écht belangrijk vindt, dan regel je het. Voor je werk. Voor anderen. Maar als het om mij gaat”
ze zucht
“—dan moet ik het uiteindelijk weer zelf doen.”

Y (schiet meteen in de verdediging):
“Dat is niet eerlijk. Ik dénk er wel aan. Meerdere keren per dag zelfs. Ik loop de hele tijd in mijn hoofd te plannen wanneer ik het ga doen.”

X (fel):
“Maar ik zie daar niks van.”

Y (geïrriteerd, maar ook geraakt):
“Nee, omdat het zich hier afspeelt.”
tikt tegen het hoofd
“En omdat je niet ziet hoe kwaad ik op mezelf ben als het weer niet lukt.”

X (stem breekt een beetje):
“Maar ik zit hier ondertussen alleen te wachten. Steeds weer. En elke keer denk ik: blijkbaar ben ik het niet waard.”

Y (zachter):
“Dat is niet wat ik voel. Ik voel me juist een mislukkeling. Alsof ik het nooit goed genoeg kan doen. Hoe harder jij boos wordt, hoe meer ik dichtklap.”

X :
“En hoe meer jij dichtklapt, hoe harder ik ga duwen.”

Stilte. Ze kijken allebei weg.

Therapeutische stem:
‘Ze houden nog steeds van elkaar. Dat is niet verdwenen.
Maar door jaren van teleurstelling is begrip langzaam ingeruild voor irritatie.
Verdriet voor verwijt en onzekerheid voor afstand.’

Hij (na een tijdje):
“Ik wil je niet kwijt. Maar ik weet soms oprecht niet hoe ik dit anders moet doen.”

Zij (zacht):
“Ik ook niet. Ik wil gewoon voelen dat ik belangrijk ben. Niet in woorden, maar in wat je doet.”

Ze zitten naast elkaar, dichterbij dan net, maar nog niet echt samen.

Wat is er aan de hand?

Mogelijk een beperking in de Executieve functies.

Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein: plannen, starten, volhouden, herinneren, tijd inschatten en emoties reguleren.
Bij een beperking hierin is er geen sprake van onwil, maar van een verstoring in de communicatie in het brein. Dit komt vaak voor bij ADHD en autisme en heeft te maken met de werking van de prefrontale cortex.

Door een andere bedrading in het brein kan het systeem afhaken bij stress, saaie of complexe taken. Een tekort aan dopamine en noradrenaline (‘geluksstofjes’) zorgt ervoor dat prikkels het uitvoerende deel van het brein minder goed bereiken. Hierdoor wordt het lastig om te voldoen aan verwachtingen van anderen én van jezelf.


Hoe merk je dit in het dagelijks leven?

  • Werkgeheugen
    Het werkgeheugen kan ‘wegvallen’, waardoor je vergeet of je iets al gedaan hebt, niet meer weet wat je wilde pakken en moeite hebt met aandacht en concentratie.
  • Tijdsbesef
    Tijd inschatten is moeilijk: saaie taken duren eindeloos, leuke taken laten de tijd voorbijvliegen.
  • Prospectief geheugen
    Je denkt vaak aan wat je wilt doen, maar niet op het juiste moment (bijvoorbeeld een kaartje posten).
  • Emotieregulatie
    Gevoelens kunnen intens zijn, waardoor relativeren of rekening houden met de ander tijdelijk niet lukt. Achteraf is er vaak spijt.
  • Starten en afronden van taken
    Vooral saaie taken worden uitgesteld. Taken kunnen halverwege hun aantrekkingskracht verliezen, waardoor afronden moeilijk is.
  • Weinig pauzemoment
    Er wordt sneller gehandeld zonder eerst stil te staan bij gevolgen; later wordt pas duidelijk wat handiger was geweest.

Tot slot

Vrijwel iedereen herkent zich hier in meer of mindere mate in, maar bij iemand met uitval in het executieve functioneren is dit structureel en dagelijks aan de orde. Dat geeft problemen op meerdere levensgebieden, dus ook in de relatie. En dat is echt andere koek.

Afspraken nakomen en initiatief nemen lukt vaak niet. Voor de partner kan dit voelen als desinteresse, onbetrouwbaarheid of dat alles op zijn of haar schouders terechtkomt. Dat kan leiden tot frustratie, misverstanden en verwijdering, terwijl de intentie er wél is.

Weet: het is geen onwil maar onmacht.

Het goede nieuws is dat je brein leerbaar is en dat je manieren kunt bedenken om je brein beter te laten aanhaken. Hoe kun je meer ‘geluksstofjes’ aanmaken? Hoe uit stress zich bij jou en hoe kun je die verlagen? Wat kun je doen om je autonome zenuwstelsel te kalmeren? Word je misschien nog getriggerd door onverwerkte trauma’s, waardoor je zenuwstelsel overprikkeld raakt? Dan is er niet alleen individueel, maar ook relationeel werk aan de winkel.